Invocatio

Laat mij in uwer haren mantel slapen

en leg uw donker om mijn wilde hart,

verban het licht uit mijner oogen dalen

en vouw uw venster open in den nacht.

 

want ik ben moe, de dag heeft mij geslagen

met vuur en wijn uit zijn verweerde bron

mijn angst versteende teere rozenhagen:

ik ben een blindelings bezetene van zon.

 

omhul mijn hoofd en laat de schuwe handen,

verborgen in de schee van uw gewaad,

zich ankren mogen aan de heuvelflanken,

waardoor de hartslag van den schemer waart.

 

en neem mijn mond, want haar verdroogde vlammen

verzengen naar de schaduw van uw bloed,

bedauw mijn stem met schemerende glanzen

en gord mijn oogen aan met zachten moed.

 

laat mij in uwer haren mantel slapen

en leg uw donker om mijn wilde hart,

verban het licht uit mijner oogen dalen

en vouw uw venster open in den nacht.

 

 

Poëzie analyse

Het gedicht is erg traditioneel in strofen verdeeld. Het gedicht geeft op het eerste gezicht de indruk dat het een traditioneel rijmschema heeft, namelijk: ABAB CDCD EFEF GHGH ABAB. Maar wanneer men goed gaat kijken naar het eindrijm van de regels, ziet men dat er haast geen spraken is van volrijm. Daarvoor in de plaats is er vooral gebruik gemaakt van halfrijm (assonantie), waardoor het 'traditionele' rijm van het gedicht, eigenlijk helemaal niet zo 'traditioneel' is. Het lijkt erop dat er bewust is gekozen om het gedicht traditioneel te laten lijken, maar toch niet traditioneel te laten zijn. Het zou geïnterpreteerd kunnen worden als een soort 'onopvallende' afzet tegen het traditionele, wat Marsman normaal gesproken wel heel opvallend doet in zijn gedichten.

De titel van het gedicht geeft het gedicht ook nog eens een bepaalde vorm van traditie. Invocatio is namelijk een term uit het Latijn.  het betekend dat de dichter in een stuk tekst om de hulp van een god vraagt, om hem inspiratie te schenken.  Literaire werken in de oudheid begonnen vaak met een Invocatio (invocatio.nl). 'Een voorbeeld van een invocatio is de eerste zang van de Ilias van Homerus (vertaling Carel Vosmaer, 1879-80):Zing ons den wrok, o godinne, van Peleus’ zone Achilleus, D’ onheilvollen, die rampen bij duizenden over d’ Achaiërs Bracht en ten Aïdes zond veel dappere zielen der helden, Doch hunne lijken aan honden en allerlei roovende vogels Gaf tot een prooi – want zóo kwam daar Zeus’ wil tot vervulling – Sedert den dag dat het eerst zich door twist vijandig verdeelden Atreus’ zoon de regeerder des volks en de godlijk’ Achilleus.' (Citaat van invocatio.nl).

Wanneer je dit voorbeeld van een traditionele invocatio vergelijkt met het gebruik van alleen het woord 'invocatio', wordt al snel duidelijk dat het woord 'invocatio' ook gebruikt wordt als (nu wat opvallender) afzet tegen het traditionele. Het geeft namelijk wel de schijn van iets traditioneels, net als het rijmschema, maar is eigenlijk niet traditioneel.

De vorm en het rijmschema van het gedicht doen dus vermoeden dat het gedicht zich door de schijn van traditie juist probeert af te zette van het traditionele.

Rijm

Binnen het gedicht valt de rijm aardig op. Het hoofddoel van de rijm lijkt niet het benadrukken van sommige woorden te zijn, maar de suggestie wekken dat er sprake is van traditie, terwijl dat eigenlijk niet is.

In het gedicht is middenrijm te vinden in de stukjes: 'oogen - open', 'verweerde - tere' en  'schuwe - uw'. Deze stukjes middenrijm zijn allemaal klinkerrijm en nergens volrijm.

Eindrijm is, zoals al eerder verteld, erg opvallend in dit gedicht. Er is namelijk sprake van een gekruist rijmschema, waarbij de woorden die eindrijm vormen allemaal geen volrijmen maar klinkerrijmen zijn (op 'geslagen - rozenhagen', 'bron - zon', en 'bloed - moet' na). Dit om, zoals al eerder uitgelegd, het gedicht af te zetten tegen het traditionele. De eindrijm is t zien tussen de woorden: 'Slapen - dalen', 'Hart - nacht', 'Geslagen -  rozenhagen', 'Bron - zon', 'handen -  heuvelflanken', 'gewaad - waart', 'vlammen - glanzen', 'bloed - moed', 'slapen - dalen' en 'hart - nacht'.

Er is één keer sprake van alliteratie in het gedicht, namelijk tussen 'blindelings - bezetene'.

Beeldspraak

'Laat' kan in dit gedicht gezien worden als een metafoor voor het object 'verlangen'. Door deze metafoor wordt meteen aan het begin van het gedicht aangegeven dat er ergens naar verlangd wordt, iets dat verderop in het gedicht genoemd wordt.

'uwer haren mantel' is een vergelijking zonder als. Het object 'haren' wordt hier voorgesteld als een 'mantal'. Door deze vergelijking wordt 'haren', dat ook als metonymia voor vrouw diend, vergeleken met iets dat bescherming en intimiteit biedt.  

'uw donker' is een metafoor voor het object 'mantel',  en staat dus ook voor 'bescherming' en 'intimiteit'.

'mijn wilde hart' is een metonymia voor de ik-figuur. Door de ik-figuur als een wild hart voor te  stellen wordt aangegeven dat het hier om een 'staat van opwinding' gaat. Het hart van de ik-figuur klopt dus zo wild omdat hij opgewonden is.

'leg uw donker om mijn wilde hart' is dus een metafoor voor 'schenk uw intimiteit aan mij, in mijn opgewonden toestand'. Het lijkt erop alsof er in dit gedicht ook qua inhoud spraken is van een suggestie van traditie, terwijl het dat juist niet is. Er worden namelijk allemaal mooie termen gebruikt zoals 'hart', terwijl het gedicht alleen over 'intimiteit' lijkt te gaan en helemaal niet veel diepgang biedt.

'het licht' is hier een metafoor voor 'onbeschermd', 'niet intiem'. 'licht' is namelijk het tegenovergestelde van 'donker'.

'mijner oogen dalen' is een vergelijking zonder als, waarbij 'mijner ogen' met het beeld' dalen' wordt vergeleken.  'mijner oogen' wordt door deze vergelijking een metonymia voor het object 'de ziel'. Door 'de ziel' met 'mijner oogen'  te vergelijken, wordt duidelijk gemaakt dat toestand waarin 'de ziel' zich bevindt, zichtbaar is. Omdat het object 'de ziel' hierdoor vergeleken wordt met het beeld 'dalen', is duidelijk gemaakt dat aan de ik-figuur te zien is dat hij diep in zijn gedachte (zijn ziel) verzonken is. Hij is fysiek dus wel aanwezig, maar met zijn geest is hij heel ergens anders.

'het licht uit mijner oogen dalen' is een vergelijking met als. Het object 'de ziel' wordt hier vergeleken met 'onbeschermd'.  Door deze vergelijking wordt duidelijk gemaakt dat de ik-figuur erg kwetsbaar is door de situatie waarin zijn geest zich bevindt. Door deze vergelijking te gebruiken, in combinatie met het woordje 'verban',  wordt aangegeven dat 'de intimiteit van de vrouw uit dit gedicht' de oplossing is om de ik-figuur van zijn verlangens te verlossen.

'uw venster' is een metafoor voor 'het lichaam van de vrouw in dit gedicht'.

'de nacht'  is een metafoor voor 'donker', 'intimiteit'.

'vouw uw venster open in de nacht' is een metafoor voor 'open uw lichaam voor mij, zodra ik vind dat het tijd is voor intimiteit'. De ik-figuur wil dat de vrouw hem toelaat 'bij haar binnen te komen'. Als het venster namelijk open is kan men van 'het lichte' 'het donkere' binnenstappen. Het woordje 'nacht' zet ook kracht bij dat duidelijk wordt om wat voor intimiteit het gaat, namelijk de intimiteit die mensen 's nachts hebben.

'ik ben moe' is een vergelijking met als. De ik-figuur is hier het object en het beeld is 'moe'.  De ik-figuur, die eerder werd beschreven als iemand die op dit moment verlangt naar intimiteit, wordt hier vergeleken met iemand die moe is en dus waarschijnlijk naar de nacht verlangt. Omdat de intimiteit van de vrouw in dit gedicht eerder vergeleken was met 'het donker' en 'de nacht', benadrukt deze vergelijking dus dat de vrouw in dit gedicht echt het enige is waar hij op dit moment naar verlangt.

'moe' is in dit gedicht dus ook een metafoor voor  'verlangen naar intimiteit naar de vrouw in het gedicht'. Door moe, iets dat de meeste mensen zijn na een periode van inspanning, te vergelijking met 'verlangen naar intimiteit naar de vrouw in het gedicht'  'de situatie waarin iemand zich in bevindt na veel inspanning', wordt dus aangegeven dat het verlangen naar haar vaker terugkeert. De intimiteit wordt hier dus als een soort behoefte afgeschilderd die zich met regelmaat voordoet.

'de dag heeft mij geslagen' is een personificatie. Het object 'de dag', dat ook metafoor voor het object 'het lichte' en dus ook voor 'een periode zonder bescherming (intimiteit)' staat, wordt hier vergeleken met iets dat schade toe kan brengen. Omdat deze personificatie dient als verdere toelichting voor 'het feit dat hij op dit moment verlangt naar intimiteit van de vrouw in het gedicht', kan uit deze personificatie worden opgevat dat dit verlangen 'de schade'  is van 'een periode zonder intimiteit'.

'vuur' is metafoor voor het object 'dag', 'het ontbreken van intimiteit'. Door dit 'ontbreken' hier te vergelijken met 'vuur' wordt extra nadruk gelegd op hoeveel ellende het 'ontbreken' kan aanrichten.

'wijn' is metafoor voor iets dat ervoor zorgt dat je niet meer helder kunt nadenken.

'zijn verweerde bron' is vergelijking zonder als. 'zijn' ('de dag') is hier het object dat wordt vergeleken met het beeld 'verweerde bron'. Door deze vergelijking wordt aangegeven dat hetgeen waar normaal kracht uit gehaald moet worden (de bron van de dag), nu aangetast is en niets meer te bieden heeft dat nog goed is.

'wijn uit zijn verweerde bron' is een vergelijking met als. Het 'niet meer helder kunnen nadenken' lijkt in deze vergelijking te komen 'uit' (een gevolg te zijn van) 'De dag die verder niets te bieden te heeft'.  Doordat er in 'de periode zonder intimiteit' (overdag) niets is dat de dichter iets te bieden heeft, komt de dichter dus in een toetstand dat hij niet meer helder en logisch kan nadenken.

'mijn angst' is een metonymia voor het object 'de ik-figuur in een moment van angst'. Door de hele ik-figuur te omschrijven als angst wordt benadrukt dat de ik-figuur heel erg opkijkt tegen 'de periode dat hij de intimiteit moet missen'.

'rozenhagen' is een metonymia voor 'alles dat mooi is'.

'teere rozenhagen' is een vergelijking zonder als.  Het beeld is 'teere' en het object is 'rozenhagen' (alles dat mooi is). Door alles dat mooi is te omschrijven als kwetsbaar laat de dichter zien dat het 'gemis van intimiteit' heel sterk is. Dit heeft er namelijk voor weten te zorgen dat zelfs 'alles dat mooi is' kwetsbaar is geworden.

'mijn angst versteende teere rozenhagen' is metafoor voor het object  'mijn angst voor het moeten missen van de intimiteit verpeste alles dat ik eens mooi vond in mijn leven'. Deze metafoor is eigenlijk een verdere toelichting voor 'het leven heeft de ik-figuur niets meer te bieden'. Er kan nu dus de volgende beredenering worden gemaakt:  Het doet de ik-figuur pijn dat hij de intimiteit overdag moet missen ->  De ik figuur is bang voor deze pijn -> Dit verpest alles dat eens mooi was in zijn leven -> Het leven heeft hem hierdoor overdag niets meer te bieden -> Dit versterkt het verlangen naar intimiteit (-> en hierdoor doet het de ik-figuur nog meer pijn dat hij de intimiteit overdag moet missen. Hij zit dus in een cirkel die het steeds erger maakt).

'een blindelings bezetenen ' is een vergelijking zonder als. Het beeld 'blindelings' wordt hier vergeleken met het object 'bezetenen'. Zowel het woord 'blindelings' als het woord 'bezetenen' kunnen worden opgevat als 'iemand die geen controle meer heeft over zichzelf'.

'een blindelings bezetenen van zon' is een vergelijking met als. Het object 'zon', 'een periode zonder intimiteit' wordt hier vergeleken met het beeld ' blindelings bezetenen'. Door deze vergelijking wordt 'een periode zonder intimiteit' beschreven als iets dat  'geen controle over zichzelf' tot gevolg kan hebben.

'ik ben een blindelings bezetene van zon.' Dit is een vergelijking met als. Het object 'ik' wordt hier vergeleken met het beeld 'een blindelings bezetene van zon'. Door de ik-figuur hier nadrukkelijk te vergelijken met 'iemand die geen controle meer heeft over zichzelf, door het ontbreken van intimiteit', wordt duidelijk dat de ik-figuur zelfs gewoon doorheeft wat de reden is voor het feit dat hij in de eerder genoemde 'cirkel' zit. Hij geeft namelijk als verklaring dat hij de cirkel niet kan doorbreken, doordat hij geen controle meer heeft over zichzelf (als het gevolg van het ontbreken van de intimiteit).

'omhul mijn hoofd' is metafoor voor het bieden van bescherming, 'intimiteit geven'.

'handen' is hier een metonymia voor 'de ik-figuur'. De keuze voor deze metonymia lijkt vooral gemaakt te zijn vanwege het rijm van 'handen' met 'heuvelflanken' en omdat het mooi past bij de eerder genoemde 'lichaamsdelen' van de ik-figuur in het gedicht.

'de schuwe handen' is een vergelijking zonder als. De ik-figuur wordt hierdoor nogmaals benadrukt als iemand die bang is.

'de schee van uw gewaad' is een vergelijking met als. Het object is 'uw gewaad' en het beeld is 'de schee'. Door deze vergelijking wordt het gewaad, de omhulsel van het lichaam, vergeleken met een omhulsel.  Aangezien een omhulsel bescherming biedt, iets dat in dit gedicht ook staat voor intimiteit, lijkt het erop dat de dichter bewust twee keer het begrip 'omhulsel' noemt met andere woorden. Dit legt namelijk extra nadruk op het feit dat de ik-figuur uit is op de bescherming, de intimiteit, die het omhulsel van de vrouw in dit gedicht te bieden heeft. Vanaf hier mag het nu best duidelijk zijn dat de ik-figuur zijn ziel alleen verlangt naar het lichaam van de vrouw.

'ankren' is hier een metafoor voor 'op zijn plaats houden'. Met deze metafoor wordt bedoeld dat de vrouw de ik-figuur toe moet laten haar bij zich te houden (vast te pakken).

'de heuvelflanken' is een vergelijking zonder als. Het object is hier 'flanken', 'de zijkant van' en het beeld is hier 'heuvel', 'hetgeen heuvelig gevormd is'. Hier is overduidelijk heel onthullend beschreven dat de ik-figuur de vrouw uit het gedichten bij de zijkant van haar borsten vast wil pakken.

'de hartslag' is een metafoor, waarmee waarschijnlijk het object 'de kracht achter' wordt bedoeld.

'den schemer' is een metafoor, waarmee het object 'de intimiteit' wordt bedoeld.

'de hartslag van den schemer' staat dus als metafoor voor 'de kracht achter intimiteit'. Er wordt hiermee dus eigenlijk gezegd dat de borsten van de vrouw uit het gedicht de kracht zijn achter zijn verlangen naar intimiteit. Het lijkt de ik-figuur hierdoor nogmaals alleen maar om haar lichaam te gaan.

'mijn mond' is een metonymia. Het staat als beeld voor de gehele ik-figuur. Door 'mijn mond' te noemen in deze regel wordt de erotische tint van het gedicht versterkt.

'verdroogde vlammen' is een vergelijking zonder als. Hierbij wordt het object 'vlammen' vergeleken met het beeld 'verdroogde'. 'vlammen' staat hier voor 'de dag', 'het ontbreken van intimiteit'. 'verdroogde' lijkt zowel in de letterlijke als de figuurlijke zin overbodig te zijn. 'vlammen' zijn namelijk altijd verdroogd en als iets 'ontbreekt' kan er ook wel over worden gezegd dat het 'verdroogd' is. Door 'verdroogde' toch te noemen, wordt overduidelijk extra benadrukt dat 'de intimiteit' heel erg 'ontbreekt'.

'haar verdroogde vlammen' is een vergelijking zonder als. Het object is 'haar', 'mijn mond', 'de ik-figuur' en het beeld is 'verdroogde vlammen', 'het ontbreken van intimiteit'. Door deze regel wordt de lezer nog eens duidelijk gemaakt dat de ik-figuur naar de intimiteit verlangt.

'de schaduw van uw bloed' is een vergelijking met als. Het object is hier 'uw bloed', 'het lichaam van de vrouw uit het gedicht', en het beeld is hier 'de schaduw', de intimiteit'. Door deze vergelijking wordt het lichaam van de vrouw dus benadrukt als hetgeen dat 'de intimiteit' is.

'mijn stem' is een metonymia. Het staat ook hier weer voor het object 'de hele ik-figuur'.  Om de bedoeling van 'mijn stem' beter te begrijpen, moet je er even van uitgaan dat alles in deze strofe letterlijk is.  Er is dan gezegd dat de mond van de ik-figuur is verdroogd (door de zon, de dag). Het gevolg van die droge mond is dat dit terug te horen is in zijn stem. Nu zegt de dichter in dit stukje ook 'bedauw mijn stem', wat dus inhoud dat zijn mond (stem) nat (het tegenovergestelde van droog) gemaakt moet worden. Wanneer we dan weer naar de figuurlijke zin van deze strofe gaan kijken, kunnen we tot de conclusie komen dat de ik-figuur zegt dat de vrouw hem moet 'bedauwen', 'intimiteit moet bieden'.

'schemerende glanzen' is een vergelijking zonder als.  Het object is 'glanzen' (het allermooiste van de dauw, dus het mooiste van de intimiteit) en het beeld is 'schemerende', 'nog niet helemaal donker', 'nog niet helemaal intiem'.

 

De regel 'bedauw mijn stem met schemerende glanzen' betekend dus waarschijnlijk: 'vervul mijn behoefte aan intimiteit, door langzaam steeds meer van je mooiste intieme zaken bloot te geven'.

'mijn oogen' is weer een metonymia voor de 'ik-figuur'.  

'zachten moed' is een metafoor voor het beeld 'een beetje intimiteit'.

'en gord mijn oogen aan met zachten moed.' Betekend dus 'vervul mijn behoefte met een beetje intimiteit'. Door deze zin lijkt hij wat minder te gaan eisen van de vrouw. Hij komt zo net wat vriendlelijker over dan in de rest van het gedicht.

Stijlfiguren

Er is sprake van inversie in alle regels, behalve in de regels van strofe twee. De regels met inversie beginnen allemaal eerst met een werkwoord, voordat er een onderwerp wordt genoemd. Door deze structuur worden bijna alle zinnen van het gedicht geschreven als een 'bevel'. Het lijkt erop dat de ik-figuur echt alles uit de kast moet halen om de vrouw over te halen, wat het beeld versterkt van de vrouw die de man in haar macht heeft.

Bij de regels waar inversie in voor komt, valt ook te stellen dat er bij iedere zin sprake is van parallellisme. De inhoud van alle regels, behalve de regels uit strofe twee, beginnen namelijk allemaal met een werkwoord gevolgd door twee metaforen. Het werkwoord valt in haast iedere zin te interpreteren als: 'bied mij'. Een van die twee metaforen betekent telkens ongeveer 'de ik-figuur' en de andere metafoor staat voor een woord dat neerkomt op 'de intimiteit van de vrouw uit het gedicht'.  Er wordt dus in iedere zin, behalve in strofe 2, gezegd 'bied mij je intimiteit', maar dan telkens met andere woorden.

De woorden die worden gebruikt om deze, eigenlijk vrij onfatsoenlijke zin te verkondingen, zijn telkens veel mooier of vriendelijker dan de betekenis die ze eigenlijk hebben. Het gedicht is dan ook overduidelijk een eufemisme. Dit is dan ook een mooi voorbeeld van gesuggereerde traditie (het lijkt een net en mooi gedicht, met prachtige woorden), maar het is in werkelijkheid helemaal niet zo net en er worden best 'erotische' verzoeken gegeven.

In het gedicht komt één keer een herhaling voor. Het gaat hier om de herhaling van de complete eerste strofe aan het eind van het gedicht. Door aan het eind van het gedicht weer opnieuw te beginnen met precies dezelfde tekst wordt het beeld van een herhalend proces versterkt. De ik-figuur zal altijd blijven verlangen naar de vrouw en zal haar blijven smeken om intimiteit.

Er is een tautologie te zien in de woorden: 'de schee van uw gewaad'. 'schee' en 'gewaad' betekenen namelijk allebei 'omhulsel'. Door deze tautologie wordt extra nadruk gelegd op het feit dat het de ik-figuur echt alleen maar om dit 'omhulsel' draait en niet om het innerlijk van de vrouw.

'verdroogde vlammen' is de laatste stijlfiguur die herkend kan worden. Dit is namelijk een pleonasme, omdat vlammen altijd droog zijn. Dat het woordje 'verdroogde' nog voor 'vlammen' staat heeft waarschijnlijk als reden om zo het beeld van het 'ontbreken van de intimiteit' te versterken.

Samenvatting

In het gedicht is met meerdere zaken geprobeerd om het een suggestie van traditie te doen uitstralen, maar dan juist niet traditioneel te laten zijn. Het gedicht is geschreven vanuit het oogpunt van iemand die een vrouw met een hele boel verschillende woorden telkens om intimiteit vraagt. Hij geeft in zijn gedicht maar in één strofe uitleg waar dit verlangen zo sterk door is geworden en lijkt verder totaal niet stil te staan bij de vraag of hij het wel kan maken om de vrouw om zulke 'intieme' dingen te vragen. Door de vergelijking van de intimiteit van de vrouw met de nacht wordt duidelijk hoe erg afhankelijk de man is van deze intimiteit. Naast het feit dat het verlangen iedere avond weer terug keert, komen we ook te weten dat de ik figuur zo afhankelijk is dat hij zonder de intimiteit niet eens meer logisch kan nadenken. Het verlangen geeft de man dan ook een bepaalde ondergeschikte plaats, de vrouw heeft hem als het ware in haar macht.

Gebruikte bronnen

invocatio.nl. (sd). Wat betekent Invocatio. Opgeroepen op Maart 12, 2014, van Invocatio: http://www.invocatio.nl/index.php?p=2&n=Wat%20betekent%20Invocatio